|
||
|
Natte reiniging
1 PRINCIPE VAN DE TECHNIEK Bij natte of extractieve grondreiniging worden de verontreinigende stoffen verwijderd op de volgende manieren:
De meeste natte grondreinigingstechnieken combineren deze principes waarbij deeltjesscheiding de belangrijkste stap is. 2 TOEPASSINGSGEBIED EN VALIDATIE 2.1 Toepassingsvoorwaarden Voorwaarden voor toepassing van natte reiniging hebben met name te maken met de mate van reinigbaarheid van de te verwerken partij grond. De reinigbaarheid is afhankelijk van de (fysische en chemische) samenstelling van de partij, de technische mogelijkheden en criteria uit de ministeriėle 'Regeling beoordeling reinigbaarheid grond bodemsanering' en het 'Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming'. 2.2 Toepassingsgebied Het toepassingsgebied voor natte reiniging is vrij scherp aan te geven vanwege het grote aantal partijen (tonnen grond) dat een natte reiniging heeft ondergaan en de jarenlange ervaring ermee. De haalbare kwaliteit na reinigen van een partij grond vrijwel volledig bepaald door de verwijderingsrendementen voor de verontreinigende stoffen. Het toepassingsgebied van natte reiniging wordt daarom bepaald door de toepassingswaarden voor de verontreinigende stoffen (streefwaarden, interventie-/ grenswaarden) in combinatie met die rendementen. Daarnaast geldt een doelmatigheidscriterium voor de maximale hoeveelheid niet verwerkbare reststoffen (residu: humus, fijne fractie minerale delen, fijn afval 2-32 mm). In de kolom 'goed toepasbaar' zijn deze grenzen aangegeven, waarbij de rendementen zijn aangehouden die voor 98 tot 99% van de partijen gelden. Afhankelijk van de verschijningsvorm van de verontreinigende stoffen zijn soms hogere rendementen haalbaar. Anderzijds zijn soms de reinigingskosten (inclusief kosten storten niet-verwerkbare reststoffen) lager dan de kosten van het storten van de gehele partij. Reinigen is dan aantrekkelijker dan storten. In de kolom 'mogelijk toepasbaar' is daarmee rekening gehouden. Het toepassingsgebied van natte reiniging is weergegeven in tabel 1, uitgaande van de productie van 'categorie 1- of 2-grond' met een geavanceerde installatie (met additionele reiniging van het zandproduct). In het 'Handboek Bodemsaneringstechnieken' is ook het toepassingsgebied aangegeven voor de productie van 'schone grond' en met eenvoudige installaties. Tabel 1 Toepassingsgebied geavanceerde natte reiniging leidend tot categorie 1- of 2-grond (invoer)
2.3 Toelichting tabel 2.3.1 Fysische samenstelling 2.3.2 Chemische samenstelling Voor alle verontreinigende stoffen is er sprake van een verwijderingsrendement voor de reiniging. Zodoende is de te behalen eindkwaliteit afhankelijk van de ingangsconcentraties. Aangezien bij cyanidegehalten boven de streefwaarde vrijwel zonder uitzondering de U2-norm voor de uitloging wordt overschreden en daarmee de immissiewaarden, is voor cyanide de streefwaarde aangehouden. Om arbeidshygiėnische redenen (arbeidsomstandigheden) mag asbest niet worden verwerkt. Daarnaast zijn er (nog) geen normen vastgesteld voor de toepassing van met asbest gecontamineerde grond. 2.3.3 Uitloging Een pH kleiner dan 5 kan kritisch zijn vanwege een verhoogde kans op uitloging van metalen. 2.4 Hergebruiksmogelijkheden / kwaliteitsborging 2.4.1 Hergebruik / toepassing Grond kan behalve op milieuhygiėnische samenstelling (schoon, categorie 1, categorie 2) vanwege eisen voor grondwerken ook civieltechnisch worden gekwalificeerd, conform de criteria (Standaard RAW bepalingen) in tabel 2. Tabel 3 Civieltechnische criteria
Bij natte reiniging worden de organische stof (humus) en de minerale delen <63 ą 32 mm en >1 ą 4 mm afgescheiden. De zandfractie blijft dan over. Deze is soms geschikt als 'draineerzand' en altijd voor 'zand in zandbed'. 4.2.2 Kwaliteitsborging Door de brancheorganisatie voor grondreinigingsbedrijven NVPG (Nederlandse Vereniging van Procesmatige Grondreinigingsbedrijven) zijn ter bevordering van de integriteit in de loop van 2001 gedragsregels vastgesteld, waarin de wijze waarop met verontreinigde grond (en baggerspecie) wordt omgegaan is geüniformeerd, alsmede transparant gemaakt. In 2002 is het proces gestart om de (branche-eigen) gedragsregels om te werken tot een nationale beoordelingsrichtlijn en de daarbij behorende technische protocollen. De beoordelingsrichtlijn 7500 beoogt direct aan te sluiten op: Door SIKB is gewerkt aan het project "Harmoniseren regels grond' ter bevordering van de eenduidigheid en herkenbaarheid in de markt van de regels voor het classificeren en toepassen van grond. Tijdens deze harmonisatie zullen de nationale (product) BRL-en 9308 / 9309 / 9330 én de (proces-) beoordelingsrichtlijnen BRL 1000 (monsterneming bij partijkeuringen) en BRL 7500 alsmede de daarmee samenhangende protocollen nader op elkaar worden afgestemd en (gedeeltelijk) worden geļntegreerd. De SIKB BRL 9335 voor het NL-BsB-certificaat "grond" is vastgesteld op 9 december 2004. (zie de site van SIKB) 4.2.3 Uitloging
3 KOSTEN De huidige commerciėle prijs van de natte grondreiniging in Nederland ligt in de bandbreedte van € 25,- tot € 45,- per ton verwerkte grond (inclusief afvoer reststoffen). 4 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN De hoeveelheid en de kwaliteit van de (te storten) reststof is een belangrijke kostenpost bij natte reiniging. Er wordt dan ook veel aandacht besteed aan mogelijkheden om de stortkosten te verminderen. Een van de methoden daarvoor is het afscheiden van de verontreinigende stoffen in een fijnere (en daardoor in omvang kleinere) fractie. Het 'cutpoint' van de cyclonen die in natte reiniging wordt gebruikt wordt dan ook lager; waar 63 mm normaal was, wordt al steeds vaker op 40 mm of 20 mm afgescheiden. Ook wordt in plaats van het scheiden van één slibfractie (<63 mm) deze fractie in twee delen verdeeld: 0 - 20/40 mm, en 24/40 - 63 mm. Afhankelijk van de verontreinigingsgraad van elk van deze fracties kan een vervolgtraject worden gekozen. Een andere methode om de hoeveelheid te storten reststof te verminderen (of om de reststof te mogen storten onder een minder zwaar dus minder kostbaar regime) is de nabehandeling van het slib. De eerste praktijkopstelling voor biologische reiniging van reststoffen in een bioreactor is een feit. Ook thermische immobilisatie van slib is (mits deze concurrerend kan zijn met de stortkosten) een reėle mogelijkheid. Wanneer bovenstaande ontwikkelingen doorzetten zullen partijen grond met een relatief hoog gehalte aan slib nat gereinigd kunnen worden, omdat de totale kosten van de behandeling inclusief het afzetten (storten) van reststoffen lager worden. Deze ontwikkeling loopt parallel met de trend dat de capaciteit van de natte grondreinigingsinstallaties aanmerkelijk wordt vergroot, en/of dat de installatie optimaler wordt ingezet (ook voor afvalstromen als baggerspecie, zeefzand e.d.), wat de kosten per ton grond verlaagt. Beide ontwikkelingen samen zullen een neerwaartse druk op de marktprijzen tot gevolg hebben. Daarnaast is er een trend waarneembaar dat steeds vaker partijen die moeilijk reinigbaar zijn worden aangepakt. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||