|
||
|
Koude immobilisatie
1 PRINCIPE VAN DE TECHNIEK Immobilisatie is een bewerking, waarmee de chemische en fysische eigenschappen van verontreinigde grond worden gewijzigd met het doel de verontreinigende stoffen in de grond vast te leggen, zodat ze op korte en lange termijn geen bedreiging meer vormen voor het milieu. Hierdoor wordt de mogelijkheid geschapen om (op zijn best) het immobilisaat nuttig toe te passen als bijvoorbeeld bouwstof of (op zijn minst) het immobilisaat op een veilige wijze te kunnen storten. Koude immobilisatieprocessen worden buiten Nederland op grote schaal toegepast. In Nederland was tot op heden het overheidsbeleid met betrekking tot de toepassing van koude immobilisatie nogal terughoudend. In Nederland zijn enige praktijkgegevens beschikbaar van koude immobilisatie. Immobilisatie op basis van organische bindmiddelen (thermoharders of thermoplasten ) komt echter slechts zeer sporadisch voor. In het navolgende zal dan ook alleen worden ingegaan op het toepassingsgebied van koude immobilisatie op basis van anorganische toevoegingen/ bindmiddelen. Bij deze vorm van immobilisatie wordt de afvalstroom gemengd met chemische stabilisatiemiddelen waarna meestal cement of een mengsel van kalk en (poederkool-)vliegas wordt toegevoegd. Hierna vindt meestal verdichting en ten slotte uitharding plaats om een vormvast immobilisaat te verkrijgen. Koude immobilisatietechnieken richten zich met name op met zware metalen en cyaniden verontreinigde grond. 2 TOEPASSINGSGEBIED EN VALIDATIE 2.1 Toepassingsvoorwaarden Verontreinigde grond wordt beschouwd als een afvalstof. De voor immobilisatie in aanmerking komende afvalstromen betreffen veelal gevaarlijk afval, maar voor grond kan dat ook niet-gevaarlijk afval zijn. Kern van het afvalstoffenbeleid is dat de verwijdering van afvalstoffen moet geschieden op een zo hoogwaardig mogelijke wijze (ladder van Lansink). De door het beleid erkende plaats van immobilisatie in dit alles is ten eerste dat afvalstoffen door immobilisatie via nuttige toepassing ('Categorie 1-bouwstoffen' en 'Categorie 2-bouwstoffen', conform het 'Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming') weer in de kringloop kunnen worden gebracht. Reinigingstechnieken worden ten opzichte van immobilisatie waar mogelijk geprefereerd. 2.2 Toepassingsgebied (hypothese) Voor immobilisatie is geen sprake van een werkelijke validatie. Daarvoor zijn te weinig echte praktijkprojecten uitgevoerd. Op basis van de in 2003 voorhanden informatie van uitgevoerde (demonstratie)projecten en van proeven wordt een uitspraak gedaan over de (on)mogelijkheden van de verschillende immobilisatietechnieken. Bij het verzamelen van de gegevens is uitgegaan van het verwerken van (verontreinigde) grond. Het is bekend dat bij verscheidene immobilisatie technieken een 'mix' van stoffen wordt bijeengevoegd met een of meerdere bindmiddelen om tot een immobilisaat te komen. Immobilisatieprocessen die als 'bijmenging' gebruik maken van al dan niet verontreinigde grond zijn niet buiten beschouwing gelaten. Het is de vraag of de werkwijze van menging op dit moment past in het beleid. Het toepassingsgebied van koude immobilisatie is weergegeven in tabel 1, uitgaande van de productie van een 'categorie 1- of 2-bouwstof'. Indien de tabel wordt gebruikt voor de toetsing van een specifieke partij grond, dan geldt dat de slechtst scorende parameter aangeeft in hoeverre deze techniek toepasbaar is. Tabel 1 Hypothese toepassingsgebied koude immobilisatie leidend tot categorie 1- of 2-bouwstof (invoer)
2.3 Toelichting tabel 2.3.1 Fysische samenstelling Bij alle immobilisatieprocessen worden grove materialen verwijderd. Er wordt naar gestreefd de korrelopbouw door middel van menging van verschillende partijen te optimaliseren. Dit heeft een positieve invloed op de mechanische eigenschappen en op de behoefte aan bindmiddelen. Menging is echter niet altijd noodzakelijk en/ of mogelijk, zowel om technische redenen als om redenen die betrekking hebben op de regelgeving. Zanderige materialen zijn veelal goed te immobiliseren. Wanneer het percentage klei toeneemt, neemt ook de bindmiddelbehoefte toe. Dat wil niet zeggen dat koude immobilisatie onmogelijk wordt, de kosten nemen echter wel toe. Afval, zoals stukjes hout, metaal en plastic, kan de mechanische eigenschappen van een immobilisaat beïnvloeden. Om die reden kan het noodzakelijk zijn afval te verwijderen. 2.3.2 Verontreinigende stoffen Uit proeven die op kleine schaal zijn uitgevoerd blijkt, dat de immobilisatie van organische verontreinigingen in principe mogelijk is. Hierbij moet worden opgemerkt dat het immobiliseren van: Tevens moet worden opgemerkt dat immobilisaten voor wat betreft organische verontreinigende stoffen worden getoetst op de samenstelling. In haar brief van 19 maart 1998 stelt de minister dat uitlogingsnormen voor organische verontreinigende stoffen voorlopig niet zullen verschijnen. Voor koude immobilisatie is de pH in het algemeen niet kritisch. Mengsels met een zeer lage pH komen zelden voor. Bij de immobilisatie van zeer zure materialen, zoals zuurteer, moeten grote hoeveelheden toeslagstoffen (kalk) worden toegevoegd t.b.v. neutralisatie. De aanwezigheid (en vorming) van anionen bij koude immobilisatie kan een probleem zijn. Molybdeenoxide is daar een bekend voorbeeld van (met name bij hoge pH). Om arbeidshygiënische redenen (arbeidsomstandigheden) mag met asbest verontreinigde grond (nog) niet worden verwerkt. 2.3.3 Vooronderzoek immobilisaten Tabel 2 Onderzoeksmethodiek koude immobilisatie
2.4 Toepasssingsmogelijkheden / kwaliteitsborging 2.4.1 Toepassingsmogelijkheden De toepassing van het omzetten van C2 naar C3 materiaal is voor het onderwerp verwerken van grond niet relevant. Deze toepassing wordt dan ook niet verder besproken. De ervaring die bij deze toepassing wordt opgedaan (een installatie is in 1998 opgestart) kan in de toekomst wel worden gebruikt bij de verdere ontwikkeling en toepassing van immobilisatietechnieken. 2.4.2 Kwaliteitsborging 3 KOSTEN Omdat immobilisatietechnieken in Nederland nauwelijks op commerciële schaal zijn toegepast zijn er geen betrouwbare gegevens over kostprijzen bekend voor de Nederlandse markt. De kosten van koude immobilisatie worden sterk beïnvloed door de benodigde hoeveelheid toeslagstoffen. Het mengen van de te behandelen grond met de toeslagstoffen gebeurt in relatief eenvoudige apparatuur, waarvan de kosten relatief gering zijn. Het vormgeven in bijvoorbeeld extruders brengt hogere kosten met zich mee. 4 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN In 2003-2004 is er door o.a. VROM en CIM gewerkt aan een LCA-studie die de status van immobiliseren van verontreinigde grond moet verhelderen. Op basis van de resultaten van die studie kunnen immobiliseren en reinigen als gelijkwaardig worden beschouwd. Wellicht komt er een stortverbod voor grond als die immobiliseerbaar blijkt en/of wordt het LAP zodanig aangepast dat reinigbare grond ook mag worden geïmmobiliseerd. In het kader van de herijkingsoperatie van de VROM-regelgeving zal het Bouwstoffenbesluit waarschijnlijk in 2007 worden vervangen door een eenvoudiger regeling. Onderdelen van deze eenvoudiger regeling zullen zijn een belangrijke vereenvoudiging van de bewijslast, nadrukkelijke aansluiting bij de (Europese) Bouwproductenrichtlijn, een heroverweging van het normstelsel en een simpel regime voor primaire bouwstoffen. De totstandbrenging van een dergelijk regime vergt de nodige proceduretijd. Om tegemoet te komen aan de wens tot een snelle oplossing van de belangrijkste kritiekpunten wordt overwogen om voor een interim-periode (2004 -2007) een tijdelijke ministeriële regeling op te stellen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||