Toelichting op de stellingen

1. In de door Ingensche Waarden B.V.'s (de initiatiefnemer) voorgenomen slibstort, in de uiterwaarden (de zandput) te Ingen, van 11 miljoen kubieke meter vervuild nat slib zitten zware metalen, giftige stoffen waaronder arseen, PCB's en ander gevaarlijk industrie afval. Door de concentratie van gevaarlijke stoffen en de niet aflatende chemische activiteit, ook na afronding van de slibstort, zullen er onverwachte chemische reacties optreden waardoor ons milieu ernstig wordt vervuild.

2. Het geconcentreerd storten in een zandput die in directe verbinding staat met de stromende rivier is geen wezenlijke oplossing voor een maatschappelijk probleem. De toekomstige generaties worden opgezadeld met een probleem dat alleen maar groter wordt. De alternatieven krijgen onvoldoende kans.

3. In de door Ingensche Waarden B.V. gemaakte milieueffectrapportage (MER) worden twee computermodellen gebruikt die zouden aantonen dat er geen enkel gevaar voor ons milieu dreigt. Echter deze, door de initiatiefnemer gebruikte modellen, zijn geen afspiegeling van de werkelijkheid. Wij stellen dat de natuur grilliger is dan de weergave door computermodellen. Door het overstromen van de uiterwaarden bij hoog water zullen, wanneer met de slibstort is begonnen, de giftige stoffen uit de zandput zich telkens stroomafwaarts verplaatsen.

4. Het opofferen van het natuurlijk uiterwaardengebied in de Ingensche uiterwaarden gedurende de komende ca 30 jaar ten behoeve van een slibstortindustrie is een te hoge prijs voor de inwoners van de Betuwe. De geplande afronding en afdekking van de slibput ten behoeve van nieuwe natuurontwikkeling blijft gesitueerd bovenop een chemische tijdbom.

5. De plannen voor de slibstort vormen een regelrechte bedreiging voor de fruitteelt en land- en tuinbouw in de Betuwe. Bij lekkage zal het imago van het Betuws fruit onherstelbaar beschadigen.
De recreatiesector zoals campings, watersport en dagrecreatie langs de Rijn en Lek wordt bedreigd door verontreinigd rivierwater. Het Eiland van Maurik is geliefd om de zwemmogelijkheden.

6. De handhaving van de milieunormen wordt door belanghebbenden t.w. Provincie Gelderland en Rijkswaterstaat zelf uitgevoerd. Duidelijk zal zijn deze belanghebbenden niet iedere lading vervuild slib volledig op herkomst en mate van vervuiling zullen kunnen controleren. Hierdoor zullen de milieunormen onvoldoende worden gehandhaafd. De belanghebbende zal bij overschrijding van de milieunormen immers zichzelf niet straffen!

7. Er wordt vaak gesteld dat de milieueisen in Nederland hoger zijn dan in de ons omringende Europese landen en dus bij ons wel wat omlaag kunnen. Kostenoverwegingen spelen hierbij een grote rol. De milieueisen in ons land houden echter nauw verband met onze bevolkingsdichtheid die veel groter is dan in de rest van Europa. Bij een milieuramp lopen er dus relatief veel meer mensen gevaar.

8. Een bodemsamenstelling zoals in het rivierengebied met afwisselend zand- en kleilagen komt alleen in Nederland voor. Het storten van vervuild slib in een oude zandput is vragen om problemen. Het is niet te begrijpen dat de overheid normen stelt waardoor wordt toegestaan dat alle gevaarlijke stoffen mogen uitzakken in de grond, onder de zandput. Dit is extreem gevaarlijk omdat stoffen zich horizontaal met de grondwaterstroom in de zandlagen zullen verplaatsen.

9. Een lekkage door de geplande 1 meter dikke isolatielaag zal onomkeerbare schade veroorzaken aan ons grondwater. 70% van ons drinkwater wordt uit het grondwater gewonnen, waardoor de bevolking gevaar loopt. Ons drinkwater, een belangrijke levensbehoefte, mag nimmer in gevaar worden gebracht.

10. Door de provincie wordt voorgesteld de bodem van de zandput eerst te voorzien van een laag klei van 1 meter, waardoor het verspreiden van giftige stoffen in het milieu zou worden voorkomen. Echter wie kan er vaststellen dat dit ook daadwerkelijk onder water overal in de put zonder mankeren gebeurt? Bij beschadiging van deze laag verspreiden de giftige stoffen via de grondwaterstromen. Het ondergronds beperken van lekkages is onmogelijk en de wijde omgeving zal worden besmet.

11. De kwaliteit van natuur en milieu blijft in Gelderland teruglopen. De Betuwelijn is daarvan een voorbeeld. Het exploiteren van het rivierengebied voor het dumpen van vervuild baggerslib moet een halt worden toegeroepen. Verwerking tot herbruikbare grondstoffen is welliswaar minder goedkoop dan storten, maar geeft wel toekomstperspectief. Het wordt tijd dat bestuurders gaan inzien dat het rivierengebied één van de meest unieke landschappen van Nederland is.

12. Uitzicht op financieel gewin van een slibstortexploitant mag geen voorrang krijgen boven het behoud van ons leefmilieu. Het is een verkeerde keus om op basis van financiële motieven te kiezen voor storten in plaats van voor reinigen en verwerken tot bruikbare (bouw-)grondstoffen. Vooral omdat Nederland al schaarste aan bouwgrondstoffen kent.

13. Bij Amerongen en Hagestein zijn door Rijkswaterstaat voor 3,5 miljoen Euro twee vispassages in de Nederrijn en Lek gebouwd om de zalm de kans te geven stroomopwaarts te zwemmen om te paaien. De kwaliteit van het water is dusdanig verbeterd dat zalm weer in de Rijn leeft. De zalm zal worden bedreigd als stroomopwaarts bij Ingen giftig slib gestort wordt.

14. De bewoners van de Betuwe moeten worden gehoord en serieus genomen worden. De maatschappelijke weerstand tegen slibstortplannen is zeer groot. Het past niet om alleen op technisch niveau (MER) de plannen door te drukken. De belevingswaarde van de burger over zijn omgeving wordt niet meegewogen.

15. Zandputten zoals de Ingensche Waarden dienen te worden verondiept met schone grond van klasse 0 t/m 2 die ondermeer vrijkomt bij het plan Ruimte voor de Rivier. De verdere standpunten zijn:

  • Geen berging van klasse 3 en 4 onder water in bestaande of nieuwe zandwinputten.
  • Scheppen van nieuwe natuur door verondieping van bestaande zandputten buitendijks.
  • Afvoer van vergraven specie bij Ruimte voor de Rivier zoveel mogelijk per schip of persbuis vervoeren.
  • Klasse 3 en 4  binnendijks of buitendijks binnen een dijkring bovengronds opslaan onder IBC-condities.
  • Controle op de samenstelling van de specie voor verondieping door een onafhankelijke instelling .
  • Maatregelen in het kader van de PKB Ruimte voor de Rivier dienen te passen in Nationale en Europese beleidskaders.