Wetgeving voor vergunningen

Wet beheer rijkswaterstaatwerken (Wbr)

De Wet beheer rijkswaterstaatwerken (Wbr) regelt de bescherming van het openbaar rivier- en stroombelang en de bescherming van waterstaatswerken. Bevoegd gezag is het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De Wbr is van belang bij de berging van baggerspecie zandwinputten in uiterwaarden: er wordt met name gekeken of het bergen van baggerspecie effecten heeft op de Maatgevend HoogWater-norm (MHW-norm). De berging mag de MHW-norm niet negatief beïnvloeden.

Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (Wvo)

Het doel van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (Wvo) is het tegengaan en voorkomen van verontreiniging van oppervlaktewater. De Wvo kent een verbod om met behulp van een werk of op andere wijze dan met behulp van een werk afvalstoffen, verontreinigde of schadelijke stoffen, in welke vorm ook, te brengen in oppervlaktewater. Onder 'afvalstoffen, verontreinigde of schadelijke stoffen' worden die stoffen verstaan, die een aanslag doen op het zelfreinigend vermogen van het oppervlaktewater of die kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Hieronder valt dus ook verontreinigde baggerspecie.

Voor baggeren en bestemmen is de Wvo van toepassing bij lozingen bij transport, overslag, verwerken of storten van baggerspecie.

Wet Millieubeheer(Wm)

Baggerspecie waarin verontreinigende stoffen de streefwaarde overschrijden, wordt beschouwd als een afvalstof en valt als zodanig binnen het wettelijk kader van de Wet Millieubeheer(Wm). De Wm heeft als doel om de algehele milieukwaliteit te beschermen. In de Wm(-vergunning) worden zaken zoals bescherming van de bodem- en grondwaterkwaliteit, geluidhinder, stankoverlast en nazorg geregeld. Bij het omgaan met baggerspecie speelt de Wm een rol bij de berging van baggerspecie in depots.

MER-plicht

Voor depots met een capaciteit > 250.000 m3 geldt een MER-plicht. Deze inrichtings-MER moet worden uitgevoerd voorafgaand aan de Wm-vergunning. In de MER wordt geïnventariseerd welke effecten de berging van baggerspecie op het milieu heeft.

Onder een Wm-vergunning kunnen in een bergingslocatie in principe alle kwaliteiten baggerspecie worden geborgen (klasse 0-4). In het kader van de MER en de vergunning kunnen echter wel eisen gesteld worden aan de kwaliteit van de te storten baggerspecie.