Inspraak Red de Betuwe! op plannen Ruimte voor de Rivier

Onderstaand verslag is gemaakt door het ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Het geeft de inspraakreactie van Anneke Hermkens, voorzitter van Red de Betuwe! weer.

Zetten, 13 juni 2005

"Inspreker vertelt dat de Milieustichting Red de Betuwe! in mei 2002 is opgericht als reactie op het voornemen van een particuliere ondernemer om een bergingslocatie voor zwaar vervuilde baggerspecie klasse 3 en 4 in te richten in een zandwinput in de uiterwaarden van Ingen. De Milieustichting telt momenteel ongeveer 1.000 bezoekers van de website per maand, en ongeveer 1.700 mensen hebben de standpunten ondertekend.

Inspreker heeft begrepen dat in het kader van Ruimte voor de Rivier de uiterwaarden massaal zullen worden afgegraven teneinde waterstandverlaging te bereiken. Men is voornemens op het traject Nederrijn, Lek en het bovenstroomse deel van de Waal alle overtollige grond, klasse 0 t/m 4, te bergen in bestaande zandwinputten die worden ingericht als depot. In de PKB Ruimte voor de Rivier wordt de Marspolder genoemd als voorkeurslocatie en als alternatieven worden de putten in Heteren, Opheusden en Ingen genoemd. De Milieustichting tekent bezwaar aan tegen het storten van klasse 3 en 4 in zandwinputten. Het storten van categorie 3 en 4 in voormalige zandwinputten maakt het grootschalig afgraven van de uiterwaarden voor de overheid weliswaar goedkoper, maar het past volgens inspreker niet binnen de beleidskaders zoals die nationaal en Europees zijn vastgelegd.

Op nationaal gebied verwijst zij daartoe naar de vierde Nota Waterhuishouding, waarin het landelijk te voeren kwaliteitsbeleid is omschreven. Daarin wordt het beleid overgenomen zoals dit is verwoord in de Evaluatienota Water en het Beleidsstandpunt Verwijdering Baggerspecie. Hierin is het volgende bepaald over slib klasse 0 t/m 4:
- klasse 0 en 1: deze specie mag in principe in het oppervlaktewater worden verspreid mits er geen verslechtering van de waterbodemkwaliteit optreedt;
- klasse 2: deze specie mag onder voorwaarden worden verspreid, mits de kwaliteit van de ontvangende bodem niet kan verslechteren;
- klasse 3 en 4: mogen niet worden verspreid maar alleen verwerkt onder IBC condities.
IBC staat voor Isoleren, Beheersen en Controleren. Dit houdt in dat de wanden van een depot voldoende bescherming moeten bieden tegen de verspreiding van de verontreiniging, isolerende voorzieningen moeten in goede staat worden gehouden en zonodig vervangen, en de voorzieningen die worden aangebracht dienen zowel tijdens de aanleg als op lange termijn te worden gecontroleerd op deugdelijkheid en goede werking. Als een depot van nature niet aan de IBC-criteria voldoet, dan zijn aanvullende maatregelen nodig maar bij depots in of onder water zijn deze maatregelen in de praktijk niet te realiseren, aldus inspreker. Op Europees niveau zegt inspreker dat het uiterwaardengebied van de Nederrijn beschermd natuurgebied is en valt onder de Ecologische Hoofdstructuur waarop de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn rusten en dat deze alleen mogen worden aangetast als er geen alternatieven zijn.

Het standpunt van de Milieustichting Red de Betuwe! is als volgt: Klasse 0 t/m 2 die vrijkomt door uiterwaardvergraving gebruiken voor het verondiepen van buitendijkse zandputten in de nabije omgeving, zoals de Ingensche Waard, Manuswaard en Heteren zodat nieuwe natuur kan ontstaan. Het uitgangspunt hierbij is dat de herverontreinigingsgraad niet groter mag zijn, met andere woorden, de ontvangende bodem mag niet verslechteren. Deze zienswijze past volgens inspreker binnen het uitgangspunt van de PKB Ruimte voor de Rivier zoals is omschreven op pagina 10, te weten: "Op locaties waar ruimtelijke maatregelen t.b.v. de veiligheid worden genomen zal de herinrichting zoveel mogelijk worden aangegrepen om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren".

Inspreker vindt dat klasse 3 en 4 niet mag worden opgeslagen in bestaande of nieuwe zandwinputten in de uiterwaarden, maar binnendijks moet worden opgeslagen in geconditioneerde omstandigheden.Niet als definitieve stort, maar als tijdelijke opvang totdat er op termijn betaalbare technieken zijn voor verwerking tot een schone grondstof. Inspreker is van mening dat een dynamische omgeving als het uiterwaardengebied niet geschikt is voor baggerberging en dat de geohydrologische situatie maakt dat het technisch gezien geen gunstige plek is om een situatie te creëren waarin het slib te isoleren is, laat staan te beheersen en te controleren. De ligging ten opzichte van de Utrechtse Heuvelrug, het ontbreken van diepe kleilagen en het ontbreken van de mogelijkheid dat er beheersmaatregelen kunnen worden getroffen bij falen van de aangebrachte isolerende voorzieningen in putten vaak dieper dan 25 meter, maakt volgens inspreker dat het risico van ongewenste verspreiding van verontreiniging te groot is. Zij zegt dat de Betuwe zwaar belast zal worden als men de experimentele oplossing zoekt in het storten van zwaar vervuild materiaal in voormalige zandwinputten. Water in al zijn facetten is cruciaal voor de economie van de Betuwe, voor de fruitteelt, voor de agrariërs, maar ook voor de recreatie die in de Betuwe een steeds belangrijkere plaats gaat innemen.

Inspreker zegt dat veiligheid voorop staat in de plannen die gemaakt worden in het kader van Ruimte voor de Rivier en dat daarbij ook veiligheid van schoon grondwater hoort.

Inspreker zegt dat de Milieustichting geen voorstander is van dijkverlegging in Lienden. Geen dijkverlegging draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de Marspolder. De waterstandverlaging zal dan gezocht moeten worden in het afgraven van de Tollewaard en deze te bestemmen als passantenhaven, en het afgraven van de uiterwaarden rondom het Eiland van Maurik. Dit levert extra waterstandverlaging op, de mogelijkheid voor winning van beton- en metselzand en een impuls voor de recreatie langs de Nederrijn, aldus inspreker. Dit past in het uitgangspunt zoals verwoord op bladzijde 45 van de PKB: "Langs de hele Nederrijn is versterking van de recreatie een belangrijk item, bijvoorbeeld door aanleg van passantenhavens en rivierpleisterplaatsen". Van dit uitgangspunt is echter volgens inspreker in de uitwerking niets terug te vinden.

Inspreker hoopt dat Rijkswaterstaat haar bezwaren die zij geprobeerd heeft te onderbouwen, alsmede de alternatieven die zijn aangereikt, serieus zal nemen en dat deze terug te vinden zullen zijn in het vervolgtraject."