|
||
|
Achtergrondinformatie
Achtergrondinformatie omtrent het storten van ernstig vervuilde baggerspecie in de Ingensche Waarden. Waar gaat het om ? Biesbosch B.V. te Vught is eigenaresse van een ontgrondingsput ten zuiden van de Nederrijn in de Ingensche Waarden. De put ligt ter hoogte van de kern Ingen in de gemeente Buren. De Ingensche Waarden BV, een zusterbedrijf van Biesbosch BV wil op deze locatie een stortplaats voor vervuilde baggerspecie realiseren. Door extra zandwinning als onderdeel van het voornemen (de put is nu 20 meter diep, straks 40 meter diep!) wordt beoogd een bergingscapacitet van 11 miljoen kuub vervuilde baggerspecie te realiseren. Het gaat vooral om de berging van slib met een verontreinigingklasse van 3 en 4, afkomstig uit regionale- en rijkswateren. De initiatiefnemer De Ingensche Waarden BV, heeft een MER laten opstellen door ingenieursbureau Arcadis, dat aan de provincie is aangeboden. Voor deze activiteit zijn vergunningen nodig op grond van de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, Wet Milieubeheer en de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren, alsmede een nieuwe ontgrondingsvergunning. Op grond van het besluit Milieu Effect Rapportage is voor de besluitvorming over de vergunningverlening de MER procedure doorlopen. Enkele dataOp 8 januari 2004 liep de bevolking van Buren te hoop tegen de stortplannen tijdens een voorlichtinsavond van de provincie in het Vereenigingsgebouw te Ingen. In juli 2005 heeft ingenieursbureau Arcadis gemeld dat zijn opdracht had van Ingensche Waarden B.V. om de vergunningsaanvraag voor te bereiden. Bevoegd gezag Bevoegd gezag zijn Gedeputeerde Staten van Gelderland en het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat directie Oost-Nederland ( namens de Minister van Verkeer en Waterstaat) Daarnaast is een bestemmingsplanwijziging vereist van de gemeente Buren en een ontheffing algemene keur van het Polderdistrict Betuwe. Het gebied de Ingensche Waarden ligt in het bestemmingsplan Buitengebied en heeft als bestemming "Water van Natuurwaarde"(bestemmingsplan buitengebied 1996). De Gemeente Buren heeft een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding wat een slibstort in de uiterwaarden niet zonder meer toestaat. Beleid Provincie Gelderland inzake het storten van baggerspecie: Sinds het midden van de 80-er jaren wordt de provincie Gelderland door Rijkswaterstaat en de waterschappen gewezen op het probleem dat de uitvoering van noodzakelijke baggerwerkzaamheden niet kan plaatsvinden vanwege het ontbreken van stortcapaciteit voor verontreinigde baggerspecie. Zij geven aan dat er in een periode van 20 jaar circa 20 miljoen kubieke meter moet worden gestort. Met het oog op dit probleem stellen Provinciale Staten in 1990 het Beleidsplan "Gelderland Uiterwaardenland" vast waarin zij 10 plassen reserveren voor het storten van baggerspecie. Uit deze 10 zandwinplassen zou op basis van een milieu-effectrapport een nadere keuze worden gemaakt. In 1992 wordt dit MER vastgesteld door de Provincie, wat na advies van de Landelijke Commissie MER wordt aangevuld en uiteindelijk in 1995 als definitief plan wordt gepresenteerd onder de naam" Aanvulling Milieu-effectrapport Baggerspecieberging en Notitie baggerlokaties in Gelderland" In dit rapport worden de bestaande situatie en de milieugevolgen voor 10 mogelijke lokaties beschreven. De" Notitie Baggerlokaties" bevat het ontwerpstandpunt van Gedeputeerde Staten over de rangorde van lokaties voor het storten van baggerspecie. In deze rangorde wordt de Ingensche Waarden, die dan nog valt onder de gemeente Lienden de vierde plaats toebedeeld. Op 6/12/1995 brengt de Landelijke Commissie Mer een toetsingsadvies uit over het milieueffectrapport en de aanvulling Baggerspecieberging Gelderland inzake de vergelijking van lokaties. De Commissie is van oordeel dat de aanvulling op het MER voldoende informatie bevat voor de besluitvorming over de bepaling van de voorkeursvolgorde van de lokaties. De Commissie constateert alleen een tekortkoming in de toepassing van het criterium "verblijftijd", heeft naar aanleiding hiervan aanvullende berekeningen uitgevoerd, die resulteren in een gewijzigde voorkeursvolgorde. Als gevolg hiervan belanden de Ingensche Waarden op de derde plaats. Voor de inrichting van de Ingensche Waarden tot Baggerspeciedepot worden op 22/3/1999 door de Provincie Gelderland richtlijnen opgesteld voor de inhoud van een MER nadat Gedeputeerde Staten hiertoe van de Commissie voor de MER richtlijnen hebben ontvangen.(3/12/1998). Streekplan Provincie GelderlandOp 29 juni 2005 heeft de Provincie het streekplan 'Gelderland 2005' vastgesteld. In het Tienjarenscenario Waterbodems hebben de gezamenlijke overheden de doelstelling vastgesteld dat in 2027 alle waterbodemverontreinigingen moeten zijn gesaneerd. Deze doelstelling leidt er toe dat in Gelderland tot 2027 gemiddeld jaarlijks 0,5 miljoen m3 natte baggerspecie vrij komt. Een deel van deze baggerspecie kan worden bewerkt, hergebruikt en/of verwerkt in terpen en waterkeringen.Niet alle baggerspecie is hiervoor geschikt. Er zal ook baggerspecie moeten worden gestort.
De provincie heeft hierbij een voorkeur voor initiatieven waarbij de probleemhebber (de eigenaar van de baggerspecie of uiterwaardengrond) tevens initiatiefnemer is voor de bergingsoplossing. De provincie zal zelf geen locaties ontwikkelen. In de periode tot 2015 zullen in het kader van Ruimte voor de Rivier maatregelen worden genomen voor veiligheid en verbetering van ruimtelijke kwaliteit. Daarbij zullen vele tientallen miljoenen m3 uiterwaardengrond vrijkomen. In dit kader zullen ook locaties in het winterbed worden geselecteerd waar de uiterwaardengrond kan worden geborgen. Dit kan ook gebeuren in combinatie met zandwinning (zogenaamd 'omputten'). De in de deel 1 van de PKB Ruimte voor de Rivier opgenomen locaties voor baggerspecie zijn vanuit milieu- en ruimtelijk ordeningsoogpunt grotendeels overeenkomstig de bevindingen in een eerder door de provincie uitgevoerde MER. De provincie zal in de herziening van het streekplan naar aanleiding van de PKB Ruimte voor de rivier planologisch medewerking verlenen aan de realisatie van de benodigde locaties voor specieberging. De in de PKB deel 1 genoemde locaties ( of een selectie daarvan) kunnen daarbij aan de orde zijn zowel voor de berging van uiterwaardengrond als van bagger die vrijkomt bij baggerwerk voor de uitvoering van het Tienjarenscenario. |